Openheid over zelfmoord

Openheid over zelfmoord

Ik zou deze blog kunnen beginnen met de zinnen: ‘Persoonlijk heb ik niets met zelfmoord. Nou ja, ik vind het een interessant onderwerp, omdat het ‘dood’ en ‘psychiatrie’ raakt, twee thema’s waarover ik mijn hele journalistieke leven al schrijf. En okee, ik krijg er regelmatig mee te maken. Die ene goede vriendin deed het, zo’n tien jaar geleden. Vanuit de wanhoop en vertwijfeling die door een postnatale depressie was ontstaan. En ik ken vele vele mensen in de tweede of derde schil die een al dan niet geslaagde poging deden: vrienden of kennissen van vrienden. Maar zélf? Nee, zelf heb ik er niets mee. Althans, niet met de balanssuïcide. De zelfdoding die je verkiest na lang wikken en weken. Ik ben meer van de impulssuïcide, zei ik onlangs tegen mijn vrouw. De zelfdoding waarvoor je in een opwelling kiest. Waarop ze de garantie vroeg nooit aan die impuls toe te geven. Een garantie die ik natuurlijk nooit kon geven, dat is nou eenmaal eigen aan die impulssuïcide.’

Als ik mijn tekstje zo zou beginnen ontken ik direct de stelling dat ik ‘niets’ met zelfmoord heb. Want ik heb er zo te lezen heel veel mee. En zo geldt dat waarschijnlijk voor ons allemaal, ook voor jou, lezer(es). Zeg nou eens eerlijk, welk mens heeft er nóóit zelfmoordgedachten gehad? Welk mens verlangt er niet af en toe, ook al is het maar een seconde, naar een leven waarin je niet voelt wat je kort voor dat doodsverlangen voelde? Een staat van zijn waarin je niet geplaagd wordt door gevoelens van wanhoop, machteloosheid of eenzaamheid? Ik zou willen dat die mensen er bij bosjes zijn, mensen die nooit aan zelfmoord denken, maar ik vermoed dat het aantal beperkt is. De mij bekende cijfers – uit 2007 – spreken boekdelen; uit onderzoek van het Trimbos-instituut bleek dat éénderde van de Nederlandse volwassenen wel eens meer dan twee weken over ‘de dood’ als optie had nagedacht. Een enorm aantal. Dat verklaart de enorme hoeveelheid zelfmoordpogingen die er jaarlijks worden gedaan: zo’n 100.000. Vele pogingen lukken niet, want jaarlijks overlijden zo’n 1800 mensen aan zelfmoord. Maar wat speelt er zich af bij die 98.200 personen die die gewenste dood niet bereiken?

Hoeveel delen we daar eigenlijk over, over al die zelfmoordgedachten? Durven mensen over hun schaamte, wanhoop, machteloosheid en/of eenzaamheid heen te stappen? Waarschijnlijk gebeurt dat niet zoveel, maar in ieder geval te weinig. Juist daarom is het zo goed dat er over het bestaan van zelfmoordgedachten gesproken wordt. Iemand die dat op een uitzonderlijk mooie manier doet is Viktor Staudt. Viktor is vooral bekend van zijn boek ‘Het verhaal van mijn zelfmoord, en hoe ik de angsten en depressies overwon’ en de uitzending van De Wereld Draait Door daarover. Hij reist al enkele jaren door het land om lezingen te geven over zijn ervaringen. Hij brengt een hoopvol verhaal. Niet dat hij oplossingen heeft voor ieder mens. ‘Natuurlijk’ heeft hij niet dat Harry Potter-toverstokje dat zelfmoordgedachten kan verdrijven. De hoop zit ‘m in de boodschap dat hulp zoeken kan helpen om de zelfmoordgedachten te verdrijven. En als je de hulp niet direct vindt – je wilt niet weten hoezeer er gestunteld wordt door zorgprofessionals op dit gebied, die daardoor onbedoeld maar wel aan de lopende band voor extra problemen zorgen – om dóór te gaan met hulp zoeken.

Viktor is er het levende voorbeeld van. In zijn lezingen laat hij zien hoe hij een uitweg uit zijn problemen vond. En weer een nieuw leven kreeg, waarin ook plaats is voor vreugde en plezier. Dat verhaal an sich is ook al hoopvol. Hoopvol voor iedereen die zichzelf regelmatig en/of voor ruimere tijd op zelfmoordgedachten betrapt. Hoopvol voor iedere zorgprofessional die in zijn werk mensen tegenkomt, die mogelijk aan zelfmoord denkt.

Hoewel dat alles niet op mij van toepassing is, ga ik toch maar een keer naar één van zijn lezingen. Ook al heb ik er verder niets mee 🙂

1 gedachte over “Openheid over zelfmoord”

  1. Alle lof voor de openheid van Viktor Staudt. Inspirerende, charismatische en innemende man. Zijn boek kan ik ook iedereen aanraden.
    Ander ‘positief’ punt: Viktor had een paniekstoornis. Dit kan niet vaak genoeg gezegd worden: het suïciderisico is bij angststoornissen, eetstoornissen, verslavingen minstens even hoog als bij een depressie. Heeft je zus een depressie, dan denk je ‘ze zal toch niet?’. Heeft ze boulimie dan denk je dat misschien niet, helaas.
    De uitzending van DWDD kent ook een keerzijde. Jan Mokkenstorm, directeur van 113online, heeft mede naar aanleiding daarvan de media geadviseerd over hoe zij het beste over zelfmoord kunnen berichten. Het probleem met de uitzending van DWDD is dat het als een heldenverhaal werd neergezet. En zeg nu zelf: Viktor komt allesbehalve over als een zwakkeling, ook niet toen hij een einde aan zijn leven wilde maken. Een feit: in de uren na de uitzending was er een piek van zelfmoorden/pogingen. Natuurlijk springt iemand niet ’s ochtends vrolijk uit bed en na het zien van de uitzending voor de trein. Het lijkt alsof het voor een aantal mensen (die het anders ook hadden gedaan????) een laatste zetje is geweest.
    Andere voorbeelden van heldhaftige ‘zelfmoordenaars’: Antonie Kamerling en Joost Zwagerman. Bij de laatste kwamen wel meteen nabestaanden aan het woord. Advies van Mokkenstorm: laat ook zien hoe onbeschrijflijk veel leed het teweegbrengt.
    Een ander probleem kan zijn: Viktor behoort tot de ‘gelukkigen’ bij wie de angst en de depressie snel en effectief behandeld kon worden met medicatie. Dit is niet voor iedereen weggelegd. Antidepressiva werken vaak niet of onvoldoende. Bij jongeren (tot 20 jaar) vergroten ze zelfs de kans op zelfmoord.
    De boodschap ‘geef niet te snel op, zoek hulp, er is nog hoop’ is een hele belangrijke. Maar ‘ik ben dan zo’n sukkel bij wie die pillen niet helpen’, ‘ondanks alle pillen en therapieën ben ik voor de 10e keer in een zware depressie terecht gekomen’, ‘en dan word ik nog eens door de ggz-protocollen-molen getrokken’, … is er ook. Dan wordt het verrekte moeilijk om dóór te gaan met hulp zoeken. En al zoek je nog zo hard: ‘Je bent ernstig suïcidaal, we willen je opnemen, maar er is geen plek! Doei!’
    Ik ben blij, oprecht blij, dat jij daar niets mee hebt.

Een reactie plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.