Een begraafplaats is ook een plek van liefde

Een begraafplaats is ook een plek van liefde

Het is mij nooit ontgaan dat begraafplaatsen de locaties bij uitstek zijn in onze samenleving waar wij onze doden begraven en herdenken. Vanwege dat begraven en herdenken komen nabestaanden van die doden daar weleens op bezoek. Maar daarmee is alle levendigheid op een begraafplaats – als je de flora en fauna even links laat liggen – wel zo ongeveer samengevat.

En dat vind ik jammer.

Begraafplaatsen hebben een wezenlijke functie in het land. Onze (voor)ouders liggen er, waardoor ze een sterke familiaire waarde hebben. Begraafplaatsen zijn onderdeel van ons culturele erfgoed. En ze zijn voor velen het ultieme symbool van de eindigheid van het leven, en daarmee een spiegelend symbool voor bezinning.

Het zal niemand in de uitvaartbranche ontgaan zijn, dat de begraafplaatsen in Nederland in zwaar weer verkeren. Sinds 2003 kiezen meer Nederlanders voor cremeren dan voor begraven. Inmiddels is dat percentage al gestegen tot boven de zestig procent. Een deel van de asbussen komt weliswaar nog op een begraafplaats terecht, maar in grote lijnen kun je stellen dat begraafplaatsen sinds begin deze eeuw een steeds grotere verliespost zijn gaan worden voor de eigenaren en beheerders: gemeenten en particuliere bezitters (veelal aan een kerk gelieerde stichtingen).

Hoe valt dit tij te keren? Hoe kan de begraafplaats ‘populairder’ worden? Hoe kan het percentage ‘begraven’ weer stijgen? Het zijn vragen waarover men zich in kringen van begraafplaatsbeheerders behoorlijk diepgaand buigt.

Ik kan niet in de toekomst kijken, dus ik kan geen garanties geven, maar wat volgens mij wel kan helpen is een toename van de levendigheid op de begraafplaatsen. Ik zou willen dat begraafplaatsbeheerders de samenleving wat meer naar zich toe halen. Een enkele begraafplaats (in Den Haag en Utrecht bijvoorbeeld) is daar al heel goed in; zij transformeren zichzelf al van een passieve begraafplaats naar een actieve begraafplaats.

Naast de al wat clichématige Lichtjesavond (al dan niet rond Allerzielen), kunnen begraafplaatsen ook concerten, lezingen, rondleidingen, speurtochten, exposities, picknicks, ondernemersontbijten of filmavonden organiseren. Het liefst in samenwerking met lokale organisaties, variërend van natuurverenigingen en lagere/middelbare scholen tot yogadocenten of muziekscholen.

Ook zou ik graag willen zien dat begraafplaatsen accentueren dat zij ‘plekken van liefde’ zijn. Nergens in de samenleving wordt zo expliciet stilgestaan bij de liefdevolle betekenis die mensen voor elkaar hebben (gehad). Lees maar eens wat teksten op een grafsteen. Waarom doen begraafplaatsen niets met Vader- of Moederdag? Of met de Nationale Broer- en Zus-dag? Dat zijn bij uitstek de dagen waarop mensen stilstaan bij de liefde voor hun vader, moeder, broer of zus.

Tegelijkertijd zijn begraafplaatsen ook bij de meest enge plekken van een dorp of stad. Ook dat gegeven zou ik exploiteren, als ik begraafplaatsbeheerder zou zijn. Rondom Halloween bijvoorbeeld. Of door thema-avonden in de aula van de begraafplaats te houden over de angst voor de dood, en hoe daarmee om te gaan.

Er bestaat bij begraafplaatsbeheerders veel schroom om op deze wijze extra levendigheid te creëren. Misschien moeten zij zichzelf eens in de spiegel bekijken, en zich afvragen of zij nog wel de juiste persoon zijn om in deze tijd een begraafplaats te beheren.

Een reactie plaatsen