Boeken Top Tien van 2018

Boeken

In 2018 las ik tientallen boeken over palliatieve zorg, levenseinde, hospicezorg, dood, rouw en aanverwante thema’s. Over de meerderheid daarvan schreef ik een recensie in Pallium of Vakblad Uitvaart. Ik stelde er onderstaande top tien uit samen.

1. Met het einde in gedachten

Niet voor niets een Sunday Times-bestseller, en niet voor niets door Times uitgeroepen tot een van de meest invloedrijke boeken van het jaar: Met het einde in gedachten, van palliatief arts Kathryn Mannix. In mijn recensie noemde ik het een briljant boek, en dat zeg ik maar zelden. Realistische, hartverscheurende verhalen over ongeneeslijk zieken combineert ze met waardevolle informatie over palliatieve zorg en het sterven. Voor meer reviews: http://withtheendinmind.co.uk/

2. My father’s wake

Onbegrijpelijk dat het boek afgelopen jaar niet door een Nederlandse uitgever is opgepikt: My father’s wake van de Ierse journalist Kevin Toolis. Zijn ervaringen rondom het overlijden van zijn vader – die gekenmerkt worden door een sterke betrokkenheid van zijn familie en de lokale gemeenschap – vervlecht hij met de vraag waarom we in West-Europa zijn verleerd op menselijke wijze met de dood om te gaan. Waarom hebben we die omgang grotendeels uitbesteed aan de medische-wetenschap en de professionals van de uitvaartindustrie? Toolis schreef er een indringend boek over, dat je doet verlangen naar een andere tijd.

3. Dag dood, tot later

Psycholoog Machteld Stakelbeek schreef een enorm rijk, compleet en inspirerend boek over de dood: Dag Dood, tot later. Compleet omdat het boek diverse terreinen van het thema behandelt: deel 1 richt zich op het lichamelijke sterven. Stakelbeek gaat vragen langs als: waaraan gaan wij Nederlanders dood? Wat gebeurt er tijdens het sterven met het lichaam? Wat is er belangrijk bij stervensbegeleiding? Wat komt er kijken bij een uitvaart? Deel 2 staat stil bij het dood zijn. Is de dood een punt of een komma? Die vraag beantwoordt ze op drie manieren: vanuit het perspectief van het geloof, de wetenschap en de ervaring. Dat levert boeiende verschillen op. Het meest inspirerende onderdeel van het boek betreft deel 3, dat Levenslessen heet. In dat deel nodigt ze de lezer uit zich wat meer bewust te worden van de eigen sterfelijkheid, en daar ook lessen uit te trekken voor het leven van nu.

4. Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden

De hoogste positie van een kinderboek in de top tien is voor het prentenboek Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden van Pimm van Hest & Lisa Brandenburg. Het is bedoeld om door te nemen met een kind (vanaf 5 jaar), waardoor je het op die manier ruimte kan geven eigen vragen, angsten, gedachten of ideeën over de dood te verwoorden. Dat kan goed, met name door het open, prettig-luchtige gesprek dat een opa in het boek voert met zijn kleinkind Christiaan. Mooie, zachte en toepasselijke illustraties versterken het doel van het boek, dat inmiddels in vele talen is vertaald. Een zinvolle uitgave!

5. Last days

Weinig fotoboeken laten zo’n rijk beeld zien van de verschillende manieren waarop we op de wereld met de dood omgaan als Last Days. Hoe de wereld afscheid neemt van Lieve Blancquaert. Het boek telt een paar honderd full-color foto’s, de meeste pagina vullend, en daarmee van een prettige grootte (25×17 cm) die uitnodigt met rustige blik over de foto’s te gaan, en vooral niet al te snel te bladeren. Met aanvullende teksten, die behalve informatief ook een lichte persoonlijke toon kennen, introduceert ze de lezer/kijker in de werelden die zij in een paar jaar tijd met haar camera’s bezocht. Van het cleane Sun City in Amerika, het ‘Disneyland voor ouderen’, tot het ietwat goor overkomende Torajaland in Indonesië. Foto’s met bekende omgevingen (zoals België, dat qua uitvaartcultuur sterke overeenkomsten met Nederland vertoont) completeren de variëteit. Een mooi leerzaam boek.

6. Over afscheid

Omdat er de afgelopen decennia al vele honderden zijn gemaakt, valt het niet mee om een origineel boek over afscheid te maken, Toch is dat Sylvie Kroef gelukt, in haar boek Over afscheid. Dat zit ‘m voor een groot deel in de praktische insteek. Het boek wemelt van de zinvolle tips. De tips zijn zowel gericht op degene die de aarde gaat verlaten als op de achterblijvers (directe naasten, maar ook mensen die wat verder van de zieke afstaan). De hoofdstukken kennen een strakke thematische indeling; ze gaan bij voorbeeld over ziekenhuisbezoek, regie houden en werk. De opmaak van het boek ondersteunt de praktische insteek van het boek op bescheiden, maar heldere wijze. Wie alleen de tips wil lezen herkent ze makkelijk en kan daardoor in korte tijd veel leren. Voor de lezer met meer tijd biedt Kroef zo’n honderd korte verhalen: verhalen van zieken en naasten, waaruit de tips zijn gedestilleerd. Deze zullen met name veel (h)erkenning oproepen bij mensen die inzake afscheid nemen al ‘ervaringsdeskundig’ zijn. Daarmee heeft Kroef een waardevol boek geschreven voor mensen die afscheid moeten nemen. En zijn we dat niet allemaal?

7. Voltooid

Misschien een wat vreemde eend in de bijt, maar toch meer dan noemenswaardig: Voltooid van Mariska Overman. Niet eerder verscheen er een thriller waarin het belangrijkste discussie-onderwerp op het gebied van levenseindezorg en palliatieve zorg van de afgelopen decennia zo’n prominente hoofdrol speelde. Welk onderwerp dat is? Dat laat zich wel een beetje raden: de hoofdpersoon, Isabel Dieudonné, is behalve specialist postmortale zorg ook ex-rechercheur, en in die laatste hoedanigheid wordt ze in dit boek betrokken bij een tweetal lugubere moorden. Bij de eerste dode is een stok met een vlag in de borstkas gedrukt; er staat ‘KLAAR’ op de vlag. Bij de tweede ‘VOLTOOID’. Wat betekent dat? En wie is de dader? Die twee vragen leveren een adembenemende zoektocht op, die op intelligente wijze vermengd wordt met het eerder genoemde, belangrijke maatschappelijk thema over het levenseinde. In de Vrij Nederland Thrillergids kreeg Overmans tweede thriller vier van het maximale aantal van vijf sterren. Geheel terecht!

8. Slotcouplet

Het debuut van longarts Sander de Hosson, Slotcouplet, mag natuurlijk niet ontbreken in de top tien over 2018. In de tientallen columns die in het boek gebundeld zijn, getuigt De Hosson van zijn menselijke inzet bij de zorg voor stervenden. Hij beweegt hemel en aarde om zijn patiënten de beste zorg te geven. Dat levert bijzondere situaties op, die hij op aangrijpende wijze weet te verwoorden. De columns werden online al door tienduizenden mensen gelezen, het succes van het boek was er niet minder groot om. Daarmee heeft De Hosson (de waarde van) ‘het terminale deel’ van palliatieve ziekenhuiszorg nadrukkelijk op de agenda gezet. Niet voor niets schreef ik – voordat het boek verscheen – een blog over ‘het fenomeen De Hosson’.

9. Voltooid leven

Het bewust stoppen met eten en drinken om daarmee het levenseinde te bespoedigen werd begin deze eeuw door psychiater Boudewijn Chabot nadrukkelijk op de kaart gezet, met name door zijn promotie op het onderwerp ‘zelfeuthanasie’. Daarna heeft het onderwerp weinig aandacht gekregen, los van de Handreiking die KNMG en V&VN in 2014 presenteerden. Het boek Voltooid leven. Ma stopte met eten en drinken van Renske Olgers is in feite het eerste boek dat hieraan, vanuit het perspectief van de naaste, aandacht besteed. Gedetailleerd beschrijft ze de twaalf dagen dat haar 93-jarige schoonmoeder probeerde niet te eten en te drinken. Probeerde, want het zorgpersoneel werkt niet bepaald mee, en dient haar af en toe vocht toe, zodat het proces alleen maar bemoeilijkt wordt. Wat het extra moeilijk lijkt te maken is haar motivatie: enerzijds wanhoop, maar anderzijds ook wrok, want ze kiest voor deze route omdat ze geen euthanasie krijgt. Olgers koppelt aan de beschrijving van het concrete verloop een tweetal hoofdstukken met waardevolle, praktische tips en achtergrondinformatie. Een zinvol boek, omdat het nuances geeft die veelal ontbreken in het debat over euthanasie bij voltooid leven.

10. The Frighteners

Net als de nummer twee van deze lijst is dit boek helaas niet in het Nederlands vertaald: The Frighteners van Peter Laws. In een heerlijk droogkomisch toontje schrijft Laws over de vraag waarom sommige mensen toch zo gefascineerd zijn door monsters, geesten, weerwolven, seriemoordenaars, de dood en andere – in feite – ongezellige onderwerpen. Laws is zo’n persoon, en veroordeelde zichzelf daar zelfs een beetje om. Was het niet te freaky en weird om deze fascinatie te hebben? Ongezond misschien? Zijn zoektocht, uitgewerkt in het boek, leidde tot een welkome zelfacceptatie.

Hoe vaak ging jij al bijna dood?

Hoe vaak ging jij al bijna dood? Ik kom op vijf keer uit. Maar van hoeveel keer wéét je het niet, dat je aan de dood ontsnapt bent?

Die vragen werden opgeroepen door het recent verschenen boek ‘Ik ben. Ik ben. Ik ben. Zeventien keer rakelings langs de dood’ van bestseller auteur Maggie O’Farrell. Ze beschrijft daarin, op prachtige wijze, hoe ze gedurende haar leven zeventien letterlijke bijna-doodervaringen had: hoe ze bijna een keer stikte, hoe ze bijna het leven liet rondom een bevalling, hoe ze bijna verdronk door uitputting, et cetera. Het zijn stuk voor stuk beklemmend geschreven verhalen, die je voortdurend voortjagen naar de volgende zin, de volgende alinea en de volgende bladzijde.

Ik heb niet de illusie dat ik over ‘mijn vijf keer’ mooiere verhalen kan schrijven dan O’Farrell, dus ik waag me er niet aan. Ik kan in plaats daarvan wel kort wat opsommen: ik was een keer net een winkel uit toen er een gewapende overval werd gepleegd (met twee doden tot gevolg), ik kreeg eens een pistool tegen mijn hoofd op zo’n traditioneel-gezellige Koninginnedag in Amsterdam (de pistooleigenaar wilde sigaretten, mijn toenmalige vriendin had er gelukkig een paar), ik verdronk een keer net niet in sterk onderschatte golven van de Atlantische Oceaan, ik besloot een keer niet in te gaan op de uitnodiging om een vluchtje te maken met de Dakota die daags erna zou neerstorten bij Texel en ik ging eens bijna dood op de afdeling Intensive Care na een longontsteking en bloedvergiftiging.

Maar hoeveel keer ging ik bijna dood zonder dat ik me daarvan bewust ben geweest? Het is een vraag waarop je onmogelijk antwoord kunt geven. Hoogstens ‘Dat zal vast wel een paar keer zijn’, of zoiets.

Want het risico om in het alledaagse leven ‘zomaar’ dood te gaan is best groot. Ik sta er bij voorbeeld nog regelmatig van te kijken dat er, relatief, zo weinig dodelijke verkeersongelukken voorkomen. De miljoenen auto’s in Nederland rijden op de provinciale wegen, op jaarbasis bekeken, miljarden keren op grote snelheid vlak langs elkaar heen. Een vermoeidheid, een concentratieprobleem of een kleine onachtzaamheid – al dan niet veroorzaakt door een tijdelijke focus op de smartphone – kan zomaar tot een stuurfout leiden. Het is een wonder dat het zo vaak goed gaat.

Misschien zijn er mensen die van dit gegeven angstig of depressief worden. Dat zou niet raar zijn. Ik word er gelukkig vooral dankbaar voor. Dankbaar voor het leven. Dankbaar dat ik, in goede gezondheid, het einde van een dag haal, het einde van de week, het einde van een maand, van een jaar, een decennium.

In de media bestaat er een sterke focus op het gecontroleerde sterven. Steeds meer mensen ‘willen het’, misschien niet nu onmiddellijk, maar wel ergens in de toekomst. Het vraagt eigenlijk om een enorme compensatie in aandacht, zowel in het dagelijkse leven als in de media, die zich dan vooral richt op het ongecontroleerde leven.

We lijken bijna te vergeten hoe ongewoon het is om überhaupt in leven te zijn. Alleen al het feit dat ik besta, omdat ik afkomstig ben uit de genen van twee ouders, die ieder ook weer afkomstig zijn uit twee ouders, die ieder ook weer afkomstig zijn uit twee ouders, et cetera: dat is zo’n ongelooflijk toeval. Bij een gemiddelde bevruchting zijn 100 tot 200 miljoen zaadcellen actief. De kans dat ik niet zou bestaan is, rekening houdend met al die generaties voor mij, rond de 99,99999%. Tel daarbij het ongelooflijke toeval op dat er überhaupt zoiets als Aarde bestaat. Met mensen erop.

In vergelijking daarmee zijn al die ‘alledaagse’ bijna-doodervaringen bijna saai.