De overschatting van geestelijk verzorgers

Er wordt – terecht – veel gejuicht over de financieringsregeling van de overheid die het mogelijk maakt geestelijke zorg aan thuiswonende mensen te verlenen. Dank zij die regeling schieten de Centra voor Levensvragen als paddenstoelen de lucht in (zoals hier en daar, en hier en hier). Vanuit die centra worden geestelijk verzorgers gekoppeld aan mensen die met hun levensvragen annex existentiële/spirituele noden bij de Centra aankloppen. Maar laten we niet doen alsof geestelijk verzorgers alle spirituele zorg kunnen geven die mensen nodig kunnen hebben.

De structuur voor geestelijke zorg in de eerste lijn wordt de komende jaren opgetuigd door de Netwerken Palliatieve Zorg. Een wat rare, vooral door de politiek ingegeven constructie. Raar omdat niet alleen ongeneeslijk zieken om geestelijke zorg verlegen kunnen zitten, en die vormden toch altijd de core-business van die palliatieve Netwerken. De financieringsregeling van de overheid is er voor alle vijftigplussers. Dat is dus een behoorlijke uitbreiding van de scope van de Netwerken.

Maar goed, onderbrengen bij de Netwerken Palliatieve Zorg genoot de politieke dan wel ambtelijke voorkeur boven het optuigen van een ander circuit dat voor het gewenste dekkende netwerk van geestelijke zorg verantwoordelijk kon worden gemaakt. En die Netwerken, naïef of niet, die zagen het wel zitten om zo’n taak erbij te krijgen. Alsof ze al niet omkwamen in het werk. Benieuwd hoeveel jaar het duurt voordat we met zijn allen constateren dat de verbeteringen op het gebied van palliatieve zorg even wat minder hard doorgevoerd werden omdat de Netwerken zo druk waren met een opgedrongen off-topic klus.

Natuurlijk, geestelijke zorg doet er toe, ook in de palliatieve fase. In de visie van sommigen is het inspelen op zingevings- dan wel spirituele of existentiële noden zelfs de kern van palliatieve zorgverlening. De financieringsregeling van de overheid wekt de indruk dat geestelijk verzorgers die noden kunnen vervullen, zowel bij zieken als niet-zieken. Dat lijkt me een overschatting.

De tekortkoming van veel geestelijk verzorgers is dat ze een beperkt instrumentarium in hun koffers hebben zitten. Ze zijn vooral goed thuis in het ‘praten en luisteren’. Een groot deel van de mensen die zij ontmoeten zal daar zeker baat bij hebben: dat is het deel dat in ‘praten’ een (mogelijke) oplossing ziet. Maar ik ken ook vele vijftigplussers die, ter verlichting van hun spirituele/existentiële noden of geworstel met levensvragen, liever iets anders doen dan praten. Het is voor hen wellicht meer helpend om schilderijen te maken, te tekenen, levensverhalen te laten vastleggen, te mediteren, met lotgenoten te gaan wandelen of energetisch (lichaams)werk te verrichten. Zitten die opties ook in de koffer van de geestelijk verzorgers? Ik vermoed het niet. Althans: ik kwam ze niet tegen in het Handboek Geestelijke Verzorging dat ik heb, en ik las ze ook niet op de website geestelijkeverzorging.nl

Daarom hoop ik dat die financieringsregeling gaat voorzien in bredere mogelijkheden voor geestelijke ondersteuning dan alleen van de geestelijk verzorgers. Ik zie evengoed een rol voor (creatief) therapeuten, maatschappelijk werkers, wandelcoaches, stervensbegeleiders, healers of lichaamswerkers. Zo gaat de regeling beter aansluiten op de veelzijdige behoeften van de (soms ernstig zieke) mensen thuis.

Bijkomend voordeel daarvan voor de Netwerken Palliatieve Zorg is dat die verbreding hen dwingt om wat verder te kijken dan hun medisch-geörienteerde neus lang is. Dat kan zeker geen kwaad.

N.B. – Donatiemogelijkheid

Als journalist schrijf ik over palliatieve zorg, hospicezorg en uitvaartzorg voor diverse tijdschriften en websites. Maar soms zijn er ook verhalen die het verdienen geschreven te worden zonder dat daar een opdrachtgever voor te vinden is. Die publiceer ik gratis op deze website. Mocht je dat waarderen, of mocht je onafhankelijke journalistiek in de palliatieve zorg sowieso waarderen, overweeg dan een donatie. Alvast dank.

Doneer € -