Stichting STEM en het verlies van haar fatsoen

Met Mariska Overman schreef ik een artikel over de sterfstijlen van de Stichting STEM, en dan met name over de vraag hoe het brein omgaat met het classificeren van mensen in hokjes. Kort gezegd komt het erop neer dat de sterfstijlen de afstand tussen zorgverleners en patiënten bevordert, het denken in stereotypen stimuleert en het selectief waarnemen van patiëntkenmerken aanwakkert.

Dat artikel wordt in de komende uitgave van het vakblad Pallium gepubliceerd. Dat nummer verschijnt volgende week. Ik zou het niet geloofd hebben, als iemand mij vooraf had voorgehouden welke gevolgen die publicatie zou krijgen.

Stel dat iemand tegen mij zou hebben gezegd:

  • Je wilt een discussie op gang brengen over de zin en onzin van sterfstijlen, maar die discussie zal niemand met jou aangaan. Want iedereen interpreteert het artikel als een aanval op de Stichting STEM, een aanval op de trainingen van de Stichting STEM of als een aanval op de mensen die STEM-trainingen geven in plaats van wat het is: een kritische noot over de sterfstijlen;
  • Je nodigt als hoofdredacteur van Pallium zowel directie en trainers als leden van de Raad van Toezicht van de Stichting STEM herhaaldelijk uit om te reageren op het artikel in Pallium (zodat Pallium die reactie samen met het artikel kan plaatsen), maar dat doe je tevergeefs, want ook de mensen van Stichting STEM hebben blijkbaar geen behoefte aan een inhoudelijke discussie over de zin en onzin van sterfstijlen;
  • De directie van Stichting STEM gaat – zonder toestemming van de redactie van Pallium of de betrokken auteurs – jouw artikel delen met een aantal bevriende docenten, hoogleraren, geestelijk verzorgers e.d. De directie zet hen voor het blok met het verzoek ‘op eigen titel’ te reageren op jullie artikel in Pallium;
  • De directie van Stichting STEM schrijft achter jouw rug om (oud-)redacteuren van Pallium aan, in de hoop dat zij het artikel kunnen tegenhouden;
  • De directie van Stichting STEM houdt redacteuren van Pallium persoonlijk verantwoordelijk voor de publicatie, waardoor ze laat merken niets te snappen van het recht op vrije meningsuiting en/of de verhouding tussen de redactie enerzijds en inhoud van gepubliceerde teksten anderzijds;
  • De directie van Stichting STEM gaat richting (oud-)redacteuren over tot emotionele chantage, door expliciet het signaal te geven dat de Stichting niet meer kan samenwerken of aan één tafel kan zitten met mensen die onderdeel zijn van de Pallium-redactie;
  • In de mails en uitingen van de directie van de Stichting STEM (en/of de trainers en leden van de Raad van Toezicht) richting collega-redacteuren (en wie weet hoeveel anderen) zullen jou woorden in de mond worden gelegd die je nooit hebt geuit;
  • Je zult merken dat bepaalde mensen – netwerkcoördinatoren, docenten, bestuursleden en anderen uit ‘het palliatieve wereldje’ – zich zonder toelichting anders gaan gedragen ten opzichte van jou. Zij stappen vol enthousiasme in een klassieke valkuil, en vergissen zich in het verschil tussen ‘de boodschap’ en ‘de boodschapper’;
  • Jouw motief om over de sterfstijlen te schrijven – betrokkenheid bij de kwaliteit van de verleende palliatieve zorg – wordt ter discussie gesteld. Het zal jou alleen gaan om macht, geld, jaloezie en dergelijke, wordt er gezegd. Een lid van de Raad van Toezicht van Stichting STEM zal het zo formuleren in een mail: ‘Hij heeft een dubbele agenda als journalist en als ondernemer in de palliatieve branche. Jaloezie en kinnesinne is zijn drijfveer’;
  • De uitnodiging aan de directie en trainers van de Stichting STEM om over de zin en onzin van sterfstijlen een discussie te voeren tijdens een sessie op het Nationaal Congres over Palliatieve Zorg (gepland voor november dit jaar) wordt afgewezen. Een discussie wordt door één van hen getypeerd als ‘niet in het belang of ondersteunend’ voor de zorgverlener in de palliatieve zorg;
  • Hoewel jij in het artikel niet op de persoon speelt, gaan directie en trainers van Stichting STEM daar wel toe over. Ze noemen jou ‘het opperhoofd van Pallium’ en één van hen – die zich op haar website als coach en begeleider van mensen met kanker presenteert – constateert in een mail: ‘Voor mij krijgt deze man steeds meer het gezicht van een patiënt’. De directie van STEM reageert daar blijmoedig op met ‘Lekker bezig (naam)’ en voegt daar een smiley en ‘kusjes uit Utrecht’ aan toe;

Stel dat iemand me had gezegd dat dit allemaal zou gebeuren. Dan zou ik dat niet hebben geloofd. Toch is dat alles precies wat er gebeurde. Wie het niet gelooft, wil ik gerust de bewijsstukken laten zien.

Gif

De gedragingen van de STEM-betrokkenen acht ik verbijsterend, onvolwassen en onbegrijpelijk. De vraag naar het grote waarom hiervan eindigt met de constatering dat we blijkbaar aan iemands verdienmodel dreigen te komen met onze kritische houding ten opzichte van de sterfstijlen. Anders valt dit gif van STEM niet te verklaren.

Uiteraard heb ik inmiddels al enorme spijt van al het schrijfwerk over de sterfstijlen. Het heeft de palliatieve wereld (of mij) vooralsnog niets goeds of positiefs opgeleverd. De teller bij Mariska en mij staat op verlies: verlies van contacten, verlies van energie, verlies van tijd en verlies van (potentiële) opdrachten.

Werkhouding

Wat voor een journalist een logische werkhouding is – wees kritisch, stel vragen, maak onderscheid tussen zin en onzin – lijkt ogenschijnlijk niet aan de palliatieve wereld besteed. Enerzijds voel ik me gezegend met mijn rol: de rol van de onafhankelijke, kritische geest, die met een onovertroffen kennis van de gehele palliatieve zorgwereld, zijn mening kan geven via vakbladen, websites en social media. Anderzijds is het een dof en eenzaam lot, omdat nagenoeg niemand inhoudelijke discussies wil aangaan en een ieder zich het liefst niet verroert, wellicht uit angst iemand voor het hoofd te stoten.

Wat nu rondom de sterfstijlen gebeurt, is voor mij helaas niet nieuw. Ik zag dit afgelopen jaren ook gebeuren bij artikelen over Palliantie en ZonMw, de rol van het IKNL bij de vorming van PZNL, de wenselijkheid van degelijke patiëntenvoorlichting (al dan niet inclusief een landelijke palliatieve helpdesk), de gênant-geringe bemoeienis van KWF Kankerbestrijding en Hartstichting bij palliatieve zorg of de maatschappelijke onzichtbaarheid van ons dozijn hoogleraren palliatieve zorg.

Het is dat ik een optimistisch mens ben, anders was ik er al lang mee opgehouden.

— einde blog Stichting STEM en het verlies van haar fatsoen

N.B. – Donatiemogelijkheid

Als journalist schrijf ik over palliatieve zorg, hospicezorg en uitvaartzorg voor diverse opdrachtgevers. Maar soms zijn er ook verhalen die het verdienen geschreven te worden zonder dat daar een opdrachtgever voor te vinden is. Die publiceer ik gratis op deze website of op de website palliatievezorg.nl. Mocht je dat waarderen, of mocht je onafhankelijke journalistiek in de palliatieve zorg sowieso waarderen, overweeg dan een donatie. Je kunt zelf een bedrag invullen. Alvast dank.

Doneer € -

4 gedachten over “Stichting STEM en het verlies van haar fatsoen”

  1. Beste Rob,
    Toen de stichting Stem begon met haar activiteiten op basis van het onderzoek, had ik al grote twijfels, is dit wel wat ik in de praktijk tegen kom, is dit wel echt onderzoek bij de doelgroep. Ik heb een bijeenkomst met Bert bijgewoond, maar was niet overtuigd. Heb me er verder niet mee bemoeid toen het verder werd uitgerold, maar wel ervoor gezorgd dat mensen vanuit de hospice geen activiteiten van Stem konden volgen.
    ik las met instemming je stuk mbt Stem.
    ik had niet gedacht dat de stichting op zo’n kinderachtige manier zouden reageren.
    ik ben vaak blij met de stukken die je schrijft.
    je recente artikel over de hospices gaan we gebruiken voor de heidag met het bestuur, je artikel over de corona was veel helderder en doortastender dan de reactie van Saskia Theunissen in met het oog op morgen. maw ik ben blij met je kritische blik die je werpt op de palliatieve zorg .

    Beantwoorden
  2. Beste Rob en Mariska,

    Als we nu gewoon eens aan tafel gaan zitten en het er over hebben, dat hebben we nog nooit gedaan. We hebben elkaar nog nooit gesproken!!! We hebben enkel dit indirecte contact gehad, gestart ergens met de blog van jou over STEM in oktober 2019.

    Blijkbaar hebben we elkaar heel erg bang gemaakt. Kunnen we ook mee ophouden. Ik ga je bellen.

    Groet,

    Bert Buizert

    Beantwoorden
    • Beste Bert, nee hoor, je hebt me allerminst bang gemaakt, eerder verontwaardigd over zoveel achterbaks gedoe. Ik heb via mail op 17 maart een ‘afscheidsbrief’ van je gekregen (zo noemde je dat zelf), je wilde geen contact meer hierover. Daarnaast heb je diverse uitnodigingen van mij als hoofdredacteur van Pallium genegeerd. Maar nu wil je weer wél bellen en afspreken? Misschien had je die handschoen dan wat eerder moeten oppakken. Ik wil nog best met je praten hoor, maar ik wil dan ook graag een antwoord op de vraag die m.i. behoorlijk relevant is t.a.v. de kwaliteit van de communicatie in de palliatieve zorg: hoe ga je als Stichting STEM de risico’s verkleinen die het gebruik van sterfstijlen met zich mee kunnen brengen?

      Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.