De dokter ontdekt de dood

Ergens in de vorige eeuw ging de dokter zich nadrukkelijk met de laatste levensdagen, -weken en -maanden van een mensenleven bemoeien, en uit schaamte over hun wangedrag van enkele decennia (ik noem de overbehandeling en de horkerige communicatie in het ziekenhuis), ontwikkelt de artsenfederatie KNMG nu – als een soort goedmakertje lijkt het wel – aan de lopende band activiteiten, boeken en congressen over ‘De dokter en de dood’. Met ‘de dokter’ bedoelt men, kijkend naar de congresprogramma’s, vooral de medisch specialist. De zelfbevlekking van dit subcultuurtje in de artsenij is blijkbaar nodig om de neuzen uit die sfeer van overbehandeling en horkerigheid te halen.

Wat ‘de dood’ betreft is de medisch specialist altijd het domste jongetje van de klas geweest. Terwijl huisartsen en met name specialisten ouderengeneeskunde zeer wel in staat waren hun mens-zijn in de contacten met patiënten mee te nemen, bleven medisch specialisten hangen in hun ietwat autistisch ogende robotgedrag.

Uitgerekend die groep wordt nu opgeroepen – advance care planning! shared decision making! palliatieve attitude! – met patiënten over het levenseinde te gaan praten. Je mag toch hopen dat zij eerst in eigen, persoonlijke kring over de dood proberen te praten voordat ze hun eventuele gestuntel op patiënten loslaten.

Palliatieve euthanasie

Achteraf gelijk hebben gaat vaak gepaard met mixed feelings. Enerzijds is het leuk, anderzijds was het beter geweest als die erkenning eerder was gekomen. In 2008 publiceerde ik het boek ‘De laatste slaap’, over palliatieve sedatie. Point van het boek was dat er een brede maatschappelijke discussie zou moeten komen over de vraag wat we nou eigenlijk met die behandeling willen: moet het een ‘last resort-behandeling’ zijn, die uitsluitend – uitzonderingen daargelaten uiteraard – conform de theorie uit de KNMG-richtlijn uitgevoerd mag worden, of mag het – zoals de praktijk soms laat zien – een soort euthanasie-light worden, een behandeling waarvoor mensen kunnen kiezen?

Voeren we die discussie niet, concludeerde ik in 2008, dan zullen alle problemen rondom de uitvoering van palliatieve sedatie – zoals: te vroeg in gang gezette sedaties, foutief uitgevoerde sedaties, intenties die niet bij de richtlijn passen, enorme variatie in wat ‘refractair’ mag heten – blijven bestaan.

Inmiddels zijn we 8 jaar verder en is die brede maatschappelijke discussie nog steeds niet gevoerd. We rommelen dus maar wat door met die sedatiepraktijk, met als gevolg dat er discussies bestaan over dezelfde uitvoeringsproblemen als 8 jaar geleden.

Blijkbaar lukt het ‘ons’ (dokters + burgers) niet om palliatieve sedatie een behandeling te laten zijn zoals die (internationaal en ook volgens de richtlijn) bedoeld is. Dan is het tijd voor een drastische keuze. Keuze 1: ga die sedaties monitoren. Zet er een verplichte consultatie vooraf op, en/of een toetsing achteraf. Keuze 2: erken dat palliatieve sedatie een palliatieve euthanasie mag zijn en regel dat bij wet. Dan is Nederland weer van een schimmige behandelcultuur verlost.